Urbanuskerk Ouderkerk

De Sint Urbanus kerk van Cuypers kent een geschiedenis van ruim anderhalve eeuw oud en is niet weg te denken uit de dorpsgemeenschap van Ouderkerk. De toren aan de noordwestzijde van de kerk is met zijn ’s nachts verlichte uurwerk en zijn sonoor klinkende klokken tot ver in de weidse omtrek een luisterrijk baken van het dorp Ouderkerk aan de Amstel.

 Hoewel de geschiedenis van de Urbanus geloofsgemeenschap terug gaat tot vermoedelijk vóór 1200 en in Ouderkerk de oudste kerk van Amstelland moet hebben gestaan, is het huidige kerkgebouw een schepping uit de tweede helft van de negentiende eeuw. Na de herinvoering van de bisschoppelijke hiërarchie in Nederland in 1853 gaven de katholieken blijk van een nieuw elan. Dit kwam onder meer tot uiting in de vele nieuwe kerken die toentertijd werden gebouwd. In Ouderkerk bleek de Waterstaatskerk van de jaren twintig veel te klein en deze werd in de jaren zestig vervangen door een neogotische kerk naar ontwerp van Petrus (Pierre) J.H. Cuypers.
De Sint Urbanus van Ouderkerk is in de jaren 1865-1867 gebouwd. Het gebouw is een driebeukige bakstenen kruiskerk met traditiegetrouw het priesterkoor op het oosten gericht. De kerk meet in de lengte 39 meter en in de breedte van de kruisbeuk 25 meter. Zeven gebrandschilderde ramen van glazenier Frans Nicolas (evenals Cuypers afkomstig uit Roermond), die enkele jaren na de inwijding van de kerk werden aangebracht, vormen de bekroning van het priesterkoor. Aan de noordoostelijke kant van de kerk bevindt zich het vroegere Armenkantoor, dat thans, na een volledige renovatie, als Mariakapel dienst doet.
Het kerkhof achter de kerk bestaat als sinds 1825. De geschiedenis ervan gaat verder terug dan die van het kerkgebouw en de pastorie. Het is de laatste rustplaats van veel Ouderkerkers. De begraafplaats bevat een aantal bijzondere grafmonumenten w.o. het graf van burgemeester Straman en een priestergraf.